SIGNALEN

Het was volle maan. Ze zei: ‘Zullen we nog even over de dijk lopen?’ Het was na middernacht. Waar het land overging in water, waar het pad eindigde bleven we staan.

Ik ben niet zo goed in signalen. Moest ik haar nu kussen of zo?

Dit was misschien wel de zesde keer dat we elkaar zagen. We waren wel van een handdruk naar een zoen op de mond gegaan, maar het kwam mij voor dat we het volgende station eigenlijk al gepasseerd waren. Ik kom dan in een fase dat ik denk dat ik alles verpest wat we opgebouwd hebben als ik probeer te krijgen wat er gewoon niet was.

Ik sloeg mijn arm om haar heen. Ik had een excuus: het was koud. Eenmaal op de plek waar onze wegen scheidden werden het drie kusjes op de mond. Dat kun je progressie noemen, ik vond het millimeterwerk.

Ik zat in een vergadering met een vrouw die ik nauwelijks kende. Ineens strekte zij zich uit. Ze hief haar armen hoog boven haar hoofd, haar korte truitje trok op en legde een strook buik bloot. Dus keek ik onvermijdelijk naar waar haar navel ongeveer was. Ze zag dat ik keek. Tien minuten later herhaalde ze de gymnastiekoefening. Ik kreeg nog een staaltje van mogelijke lichaamstaal: ze droeg een vestje over dat truitje. Dat vestje knoopte ze open en ze begon onzichtbare pluisjes van haar borsten te plukken.

Ik beschreef deze scène aan een vriendin. ‘Hallo! Ze wil je!’ concludeerde die zonder enige aarzeling. Een paar dagen later kreeg ik per e-mail (office all) het bericht dat de vrouw die zich zo veelzeggend aan mij gepresenteerd had binnen een maand in het huwelijk zou treden. Misschien zag ik daar ten onrechte een tegenstrijdigheid in, maar motiverend vond ik het ook niet.

Het zou zomaar kunnen zijn dat de omgang met woorden mij zo vertrouwd is dat ik juist eerder geneigd ben conclusies te trekken uit wat niet in taal te vatten valt.

Ik had eens een bonte avond achter de rug met een heerlijke vrouw. We hadden ook wel een beetje gefrunnikt en zo, maar omdat ik nimmer overdadig misbruik zal maken van een dronken vrouw had ik mij beschaafd huiswaarts gespoed. Een paar dagen later spraken we opnieuw af. Ik herkende haar bijna niet. Ze droeg een mantelpakje (weliswaar met lange broek) in een streepjesmotief. Slechts een lange roze sjaal herinnerde aan de frivole vlinder die ik mijn armen had gehad.

Dat kun je hebben met vrouwen. Ik vind mijzelf altijd hetzelfde. Of ik wil altijd wel, dat kan ook, dan ben ik dus gewoon een geile beer. Dat vrouwen vergelijkbare gedachten hebben wil er bij mij gewoon niet in. Ik denk dat mannen altijd aan seks denken en vrouwen aan geestelijk contact op een hoog plan. Ik begeer haar lijf, zij begeert mijn geest. Dat zegt meer over mijn oordeel over mijn lijf dan over mijn respect voor haar geest, dat wil ik wel vastgesteld hebben. Dus als ik haar geest ook best wel attractief vind, waarom zou zij dan iets tegen mijn lijf hebben?

Soms kun je dat soort logica gewoon niet aan. Dus zie je van alles en leer je geen biet.